Live from Jakarta

mei 16, 2011

Coming up short with the Ojek

Filed under: Uncategorized — lepeltak @ 3:15 pm

In Oliver Stone’s movie Wall Street financial shark Gordon Gekko says the famous words: ‘ greed is good.’
His famous line seems very applicable to the culture in Jakarta for decades now.

In past weeks Indonesian legislators  received a barrage of criticism for their expensive trips abroad, their 1 million USD website budget, phone allowance and an extravagant new parliament building for the members of the House of Representatives.

But being the people’s representatives, is their alleged behavior a representation of the current Indonesian culture among its population, especially in the microcosm of Jakarta?

Living for 6 years in Jakarta I inevitably  became somewhat of a cynic, boosted by personal experience. Its the slow shift from becoming a visitor to a resident of Jakarta.

Sunday offered another proof of my full integration  when I left the parking fee in Kemang and a satpam bluntly demanded ten thousand rupiah parking costs. Any ordinary Jakartan knows parking in Central and South Jakarta costs two thousand rupiah, and maybe in Kemang five thousand rupiah. The guy just tried to rip off a bule.

But he failed as I gave him two thousand rupiah with my eyes wide open like golfballs,  Samuel L. Jackson style.

Nonetheless, there are always a lot of other experiences in the roads, streets and kampongs where Indonesians show an incredible sense of helpfulness and social responsibility. Stuck in a terrible traffic jam on Jalan Rasuna Said during nighttime, I decided to take the risk and get on an ojek, although being a bit overweight from all the Indonesian food.

Despite the added kilo’s my veteran ojek driver speeded over the lanes, passing big holes in the road in a tremendous velocity. “Slow down a bit pak,” I asked him politely, having a horror image of the motorcycle hitting a hole and my neck being crushed by a Kopaja public bus.

An important lesson in Jakarta is to always trust the ability and experience of your ojek-driver, I quickly remembered. Fortunately, my driver already had made some calculations of my body weight and decided to slow down.

I had to go to Plaza Indonesia and we passed all the cars smoothly.
Finally we arrived. I stepped of the motorcycle like a cowboy from a horse, took the helmet and gave it to the Ojek-driver.

We had agreed on a price of 25 thousand rupiah. I grabbed my wallet, opened it and saw the next dilemma. I only had a 100 thousand rupiah bill on me and a green twenty thousand, and he showed me he had only 50,000 for change. I looked around for a place where I could change the red bill for smaller change. But in the middle of the Bundaran HI roundabout that is not an easy option.

In my pocket I had some one thousand bills. The ojek-driver witnessed all this shaking his head with a grin on his Arab Betawi  face. Finally he cut to the chase to solve the problem: ‘Just give me the 22 thousand rupiah you have.’ I reacted in disbelief: ‘But then you are three thousand short?’ ‘Its ok,’ he told me, his face told me I gave him a good story to tell his ojek friends:

Some big bule was scared of speeding on his motorcycle, and then even had the nerve to come up short.

Get outta here..

Advertenties

februari 28, 2011

Op zoek naar Poncke

Filed under: Uncategorized — lepeltak @ 4:17 am

In deze heuvels zochten KNIL-troepen verhit naar Poncke Princen.

Het was rond elf uur s’avonds toen Arend Steenbergen in café Melly’s over zijn plannen voor een reis naar Sukabumi vertelde. Zes uur later waren we op weg naar de heuvels van de Sundanese provincieplaats waar Poncke Princen zijn republikeinse troepen had geleid tegen de Nederlanders.

De Nederlands regisseur is bezig met een film over het leven van Poncke Princken, in Indonesië een heldhaftige vrijheidsstrijder, in Nederland een landverrader. Met de zegen van Poncke’s familie in Nederland en Jakarta bracht Arend de afgelopen maand een bezoek aan Indonesië.

Rond elf uur s’ochtends bereikten we  in twee auto’s de groene heuvels van Sukabumi in West-Java. Poncke’s dochter Wilanda had zijn oude chauffeur meegenomen. De oude Javaanse man moest de plekken aanwijzen waar Poncke en zijn troepen hadden gevochten. Toen we uiteindelijk de drukke provincieplaats Sukabumi uitreden, de geboorteplaats van de moeder van Geert Wilders, kwamen we in een stille omgeving met een klein treinstationetje. Hier hadden Poncke en zijn guerilla’s een Nederlands treintransport overvallen. Maar de actie verliep niet vlekkeloos, er ontstond een bloedig vuurgevecht, waarbij Poncke voor zijn leven moest rennen.

Op 25 september 1948 ging Nederlandse soldaat Poncke op verlof naar Sukabumi waarna hij voor de tweede maal deserteerde.  Princen trok de demarcatielijn over en  kwam uiteindelijk in Jogjakarta terecht, destijds de hoofdstad van de republiek Indonesië. De Indonesiërs vertrouwden Poncke voor geen stuiver en hij kwam tijdelijk in het gevang terecht. Uiteindelijk won hij het vertrouwen van de Indonesische legercommandant Kemal Idris. Na enkele succesvolle berovingen van Nederlandse legertransporten besloot Kemal Idris aan Poncke zijn eigen legergebied te geven, waarvan hij commandant werd. Daar trouwde hij ook met zijn Indonesische vrouw Odah, waarvoor hij zich tot de islam bekeerde.

Het Nederlandse opperbevel was woedend over deze Poncke, die als een soort Robin Hood met de Indonesiërs meevocht. Een speciale eenheid werd vlak voor de wapenstilstand naar Sukabumi gezonden om korte metten te maken met Poncke en zijn troepen. Het leidde tot een heksenjacht op de 23-jarige Ponck, die zich besloot te verschuilen in een geïsoleerd dorpje bij Cipanas, voorbij de Puncak.

Anno 2011 was het nog steeds een heel karwei om het dorpje te bereiken. We reden anderhalf uur met een snelheid van vijf kilometer per uur over het landweggetje de berg op. Het zou voor de Nederlandse troepen niet gemakkelijk zijn geweest om Poncke te vangen. Maar het lukte ze toch begin augustus 1949. De gespannen KNIL-soldaten schoten Poncke’s troepen dood, en ook zijn vrouw werd de aanval fataal. Poncke had zich op een huisje bovenop een heuvel verstopt, en overleefde de aanval ternauwernood. Uiteindelijk overleed hij op 21 februari 2002 in Jakarta aan een beroerte.

De heuvel was nog dichtbegroeid, en een grote regenbui barstte los, toen we de heuvel opliepen. De dorpsjongetjes die ons vergezelden tijdens onze wandeling, plukten een bananenblad om hun hoofd te bedekken. Ik en Arend deden hetzelfde, terwijl we verder de heuvel opliepen met Poncke’s chauffeur.  We zochten naar een oud verlaten huis waar Poncke zou hebben geschuild, toen hij werd opgejaagd door de KNIL’ers. Het begon te donderen en te bliksemen. De jongetjes werden steeds stiller, en opeens was de chauffeur spoorloos verdwenen. De zon begon te zakken, we hadden nog anderhalf uur, en dan zou het donker zijn. Het krakkemikkige bergweggetje stond in mijn achterhoofd gegrift. Opeens knalde een enorme explosie boven ons. De dorpskinderen en ik schoten naar de grond, dodelijk geschrokken door de keiharde klap. De bliksem leek ons gevonden te hebben, terwijl we steeds hoger de heuvel opklommen. Het was hier waar Poncke zich schuil had gehouden. Arend begon druk de locatie te fotograferen, todat de motregen in een tropische stortbui veranderde.

In de regen met een bananenblad boven ons hoofd liepen we vermoeid maar tevreden de berg af. Het verhaal van Poncke zal een goede speelfilm worden.

Voor meer informatie over de film:

http://www.stichtingbijvoorbeeldponckeprincen.nl/

februari 11, 2011

Mubarak en Soeharto

Filed under: Uncategorized — lepeltak @ 6:32 am

Soeharto werd in 2008 eervol begraven in zijn geboortestreek, in Midden-Java. Op 21 mei 1998 besloot hij als president na 32 jaar af te treden onder druk van zijn eigen Indonesische leger. Eigen foto.

“Ik heb besloten mijn aftreden bekend te maken als president van de republiek Indonesië met onmiddelijke ingang op het moment dat ik deze verklaring lees op donderdag 21 mei, 1998.”

Deze woorden brachten een einde aan het regime van Soeharto. Hij had 32 jaar lang met ijzeren vuist Indonesië geregeerd. Maar in de bange meidagen van 1998 was zijn Nieuwe Orde razendsnel ineengestort.

Het aftreden volgde na dagen van moord, verkrachting en plunderingen in Jakarta en andere grote steden op de archipel. De meeste Indonesiërs bleven angstig thuis, mannen verzamelden zich met machete’s, golfsticks en knuppels om hun buurten te verdedigen tegen plunderende volksmassa’s.

In een etmaal stierven op 14 mei 1998 ruim duizend mensen in een geweldsorgie in de Indonesische hoofdstad.  Het veiligheidsapparaat van Soeharto leek nagenoeg afwezig, waardoor er volledige anarchie heerste in een van de grootste steden ter wereld. De geweldsgolf kwam na maandenlange protestdemonstraties temidden van een hevige economische crisis in Zuidoost-Azië.

De grote baas van het leger en politie was ook niet thuis. President Soeharto was op staatsbezoek in een land, wat nu al wekenlang het middelpunt is van internationale aandacht.

Het was in de Egyptische hoofdstad Caïro waar president Soeharto zich klaarblijkelijk versprak tijdens een persconferentie. Als het Indonesische volk dat wilde, zou hij natuurlijk aftreden, zei hij temidden van meegereisde Indonesische journalisten. Die wisten niet wat ze hoorden. Een journalist van de Indonesische kwaliteitskrant Kompas rende hysterisch rond op zoek naar een telefoon. Op de ambassade mocht hij geen telefoon gebruiken, maar uiteindelijk vond hij er een in een wachthokje van een bewaker buiten het pand. De veiligheidsman zei dat de telefoon slechts voor intern gebruik was. Maar de Kompas-reporter kreeg zijn redactie in Jakarta aan de lijn. Al snel realiseerde de Soeharto-entourage wat voor een kostbare fout was gemaakt.

Inmiddels stond Jakarta letterlijk in brand. Soeharto besloot zijn bezoek te verkorten, en terug te reizen. Welke advies zou president Mubarak toendertijd zijn Indonesische collega hebben gegeven?

Ook voor Soeharto was zijn veiligheidsapparaat, dat vooral uit het leger bestond, zijn voornaamste steunpilaar. Het ging er die dagen niet zo zeer om wat het leger deed, maar juist wat het leger niet deed: Behalve enkele marinierseenheden, waren militairen compleet afwezig in de straten van Jakarta, waar grote mensenmassa’s erop los plunderden.

Soeharto leek na aankomst op het Halim-vliegveld geschokt door het geweld in zijn hoofdstad. Uiteindelijk waren het zijn generaals, die hem duidelijk maakten dat hij rustig moest aftreden. Zij zouden voor een zachte landing zorgen, waarbij het familiekapitaal van de Soeharto’s zou worden veiliggesteld.  Time Magazine schatte dat de Soeharto-familie tijdens het 32-jaar lange regime tussen de 15 en 35 miljard dollar naar eigen bankrekeningen sluisde.

Nu kijkt Indonesië gespannen naar de situatie in Egypte. President Susilo Bambang Yudhoyono heeft een brief gezonden naar Mubarak waarin hij de politieke transitie in zijn eigen land beschreef. Yudhoyono was toen zelf generaal in het leger, en steunde politieke hervormingen.

Het is nu wachten op de woorden van Mubarak waarin hij zijn vertrek aankondigt. Zijn toespraak afgelopen donderdag 10 februari was een reusachtige anti-climax. Misschien realiseert Mubarak zich nog onvoldoende dat hij zijn land regelrecht de vernieling instuurt. Zijn er dagen van complete anarchie en duizend doden in Caïro nodig om hem wakker te schudden over de situatie in zijn land?

Het enige verschil is misschien dat Indonesië een beroepsleger heeft en het Egyptische leger uit dienstplichtigen bestaat.

Soeharto stierf in een ziekenhuis in Jakarta in 2008 en werd met volle eer begraven in een mausoleum in Midden-Java.

Zal Mubarak het abrupt verkorte bezoek van zijn Indonesische collega in 1998 nog herinneren?

februari 5, 2011

Er is een Amsterdammer doodgegaan

Filed under: Uncategorized — lepeltak @ 11:31 am

Adjie en Angelina trouwden in 2009 en kregen een zoontje, Keanu.

Indonesië huilt. De media maken overuren.

Mega-filmster en politicus Adjie Massaid kreeg op vrijdagavond pijn aan zijn borst na een potje voetballen.

Twee uur later bezweek hij aan een hartaanval in het Fatmawati-ziekenhuis in zuid-Jakarta.Hij werd 43 jaar oud.

Ik leerde Adjie in 2006 kennen via de Nederlandse acteur Harry Bond in Jakarta. Ik maakte een artikel over Hollandse celebrities in de jetset van Jakarta, en Harry besloot daarom meteen Adjie te bellen.

Harry gaf zijn mobieltje door aan mij en ik kreeg een Indonesiër met een Amsterdams accent aan de lijn. Adjie had een Nederlandse moeder en een Indonesische vader die bij de Koopvaardij zat en goede politieke connecties had. Adjie, Adje voor zijn vrienden, was als tiener opgegroeid in de Amsterdamse Pijp. Op zijn 22e vertrok hij naar Jakarta.

De charmante macho was een regelrechte hit in Indonesië en werd een grote filmster. Ook alle vrouwen in mijn Indonesische schoonfamilie waren altijd verzot op Adjie. Maar de jonge acteur wilde meer in het leven. In 2004 besloot hij zich aan te sluiten bij de Partai Demokrat van President Yudhoyono. Sindsdien werd hij een van de weinige succesvolle showbizz-artiesten die werkelijk respect verdienden van de hoge omes in de Indonesische politiek.

Adjie was geen universiteitsgeleerde die grote diploma’s aan de muur hing. In Amsterdam had hij op een technische school gezeten, en blonk hij tegelijkertijd uit op het voetbalveld. Zo kwam hij al snel bij de Ajax-jeugd terecht. Maar het weerhield hem niet om in Jakarta alsnog te gaan studeren.

“Ik ben gewoon een Hollandse gozer,” zo glimlachte Adjie. “In Nederland schopte ik het tot de B-selectie van Ajax waarmee ik het team van Aaron Winter die bij FC Lelystad zat, met acht nul inmaakte.” Na zijn LTS-opleiding bij het Sint Augustinus college in Diemen maakte Adjie een belangrijke beslissing en verhuisde hij naar het land van zijn vader. “Op mijn tweeëntwintigste  vertrok ik naar Indonesië en dit veranderde mijn leven,”

Ook was Adjie een Ajacied in hart en nieren. We praatten over voetbal toen hij me uitnodigde voor lunch op zijn werkkamer in het Indonesische parlement. Hij had Indonesisch gebakken kikker besteld, en keek verbaasd hoe ik de kikkers als een havenarbeider naar binnen werkte.

Adjie kreeg het steeds drukker met zijn politieke carrière. Hij wilde zelfs gouverneur van de machtige provincie Oost-Java worden. Maar hij vertrouwde me toe dat hij geschrokken was over de anonieme bedreigingen die hij binnenkreeg tijdens zijn kandidatuur. Tegelijkertijd kreeg hij een innige relatie met voormalig miss Indonesia en partijgenoot Angelina Sondakh.

Uiteindelijk trouwden ze in 2009 en kregen daarna al snel een zoontje, Keanu. De jonge vader had al twee dochters van zijn eerste vrouw Reza, met wie hij een goede relatie bleef houden na hun scheiding in 2005.

De dag voor onze lunch op het parlement was Adjie nog de grote gast geweest in een megapopulaire Indonesische tv-show. Hij kon goed dansen, maar tijdens de show merkte ik de Nederlandse invloed op zijn sterrendom: Ik had nog nooit een Indonesische man zo slecht horen zingen.

De afgelopen jaren kreeg hij het steeds drukker met de politiek. Ik zag hem alleen nog maar met een grote grijns op televisie tijdens grote partijbijeenkomsten. Commentatoren zagen een grote politieke toekomst voor hem weggelegd in de derde democratie ter wereld.

Deze week dacht ik nog aan hem, toen ik mijn zusje wegbracht naar het Soekarno Hatta-vliegveld. Ze vloog terug naar Nederland na een vakantie in Bali en Jakarta. De afstand Amsterdam-Jakarta blijft altijd te groot.  “Ik ga mijn broertje weer wegbrengen naar het vliegveld. Hij vliegt terug naar Nederland. Ik voel me rot, man ,” zei Adjie over de telefoon een paar jaar geleden. Daarna vroeg hij de laatste score van Ajax. Het was de laatste keer dat ik hem sprak.

Op zaterdag vijf februari bewees de Indonesische president Yudhoyono de laatste eer aan Adjie die opgebaard lag in zijn huis in Cilandak, Zuid-Jakarta. Daarna brachten politici en vrienden hem naar het parlement voor een laatste eregroet, zijn kist gehuld in een Indonesische vlag. Rondom een uur werd hij begraven in de begraafplaats Jeruk Purut, op steenworp afstand van de Nederlandse School in Jakarta.

Een bonte verzameling van ministers, politici, actrices, en doorgewinterde zangers namen afscheid van Adjie.

Er is een Amsterdammer doodgegaan.

januari 23, 2011

‘Ik wou dat ik Gayus was’

Filed under: Uncategorized — lepeltak @ 7:44 am

De pruiken van Gayus.

‘Ik wou dat ik Gayus was, dan vloog ik naar Bali,’ het zijn de eerste woorden van het inmiddels bekende lied over de meest beroemde belastingambtenaar van Indonesië.

De man van het jaar 2010 in Indonesië is ongetwijfeld Gayus Tambunan. De 31-jarige belastingambtenaar ‘regelde’ de belastingen voor zeker 151 bedrijven. Dit jaar kwam aan het licht hoe hij zo met zijn trucjes en connecties meer dan tien miljoen euro binnensleepte.

Met een klein ambtenarensalaris had Gayus een aangename levensstijl in een reusachtige villa met tennisbaan in Jakarta. Maar onthullingen van een corrupte topagent bij de politie brachten een einde aan de rijkdom van Gayus.

Gayus moest vorig jaar maandenlang in voorarrest zitten. Het leven als gedetineerde beviel hem slecht en met zijn verbale kwaliteiten en goed gespekte bankrekeningen veroorzaakte hij het grootste schandaal in Indonesië van 2010.

In november zag een persfotograaf op Bali tijdens een tennistournament plotseling een bekend gezicht op de tribune. Een wat dikkige man met bril en Beatles-kapsel leek wel heel erg op Gayus. De fotograaf schoot een plaatje, de Engelstalige krant The Jakarta Globe plaatste de foto, en de rel van het jaar was geboren.

Gayus had doodleuk zijn bewaarders grote sommen geld overhandigd om zijn cel uit te komen en uit te rusten op Bali. Indonesiërs spraken schande. De affaire was een grote afgang voor president Yudhoyono en zijn kabinet.

Toen de Bali-rel weer wat afzwakte, publiceerde kwaliteitskrant Kompas plotseling een brief van een lezeres. Ze beweerde tijdens een vlucht naar Singapore een man te hebben gezien, die wel erg op Gayus leek.

Toeristenparadijs Bali bleek niet de enige reisbestemming voor gevangene Gayus. Politie-onderzoek maakte duidelijk dat Gayus Maleisië, Singapore en zelfs gokparadijs Macau had bezocht in 2010. Hij maakte gebruik van valse paspoorten, waaronder reisdocumenten gemaakt door Afro-American John Jerome Grice.

Op woensdag 19 januari veroordeelde een rechtbank in Jakarta Gayus tot zeven jaar gevangensstraf wegens corruptie. Meer aanklachten tegen Gayus zullen volgen, maar de geruchten gaan de ronde dat Gayus een groter en machtiger iemand beschermt.

Direct na de uitspraak is Gayus een media-campagne begonnen, waarin hij ook heeft gesproken over CIA-betrokkenheid. Vervalser Grice zou namelijk verbonden zijn aan deze Amerikaanse organisatie.

De Amerikaanse ambassade in Jakarta heeft verklaard dat Grice niets met de CIA te maken heeft. De aantijgingen worden zelfs in Indonesië niet echt serieus genomen. Maar Gayus is nog lang niet uitgezongen. De videoclip van Gayus is te vinden op youtube:


december 30, 2010

De Finale

Filed under: Uncategorized — lepeltak @ 3:25 pm

In-do-ne-sia! zo klonk het uit de kelen van circa tachtigduizend fans in het Gelora Bung Karno Stadion tijdens de eindfinale Indonesie versus Maleisie op woensdag 29 december.

Iedereen die een beetje iets betekent in Jakarta, kon op woensdagavond 29 december maar op een plaats zijn. De meest gestelde vraag in Indonesië was die dag: “Heb je een kaartje voor de finale vanavond?”

Gelukkig had de neef van mijn vrouw nog genoeg kaartjes, zo bleek op dinsdagavond.

Weliswaar op de tribune en staanplaatsen, maar we zouden binnenkomen. Op woensdag gingen we om half zes richting het stadion. De wedstrijd begon om zeven uur.

Het was de AFF Cup-finale tussen Maleisië en Indonesië. Op zondag verloor Indonesië met drie-nul uit in Kuala Lumpur. Dus Indonesië moest flink goals gaan scoren in Jakarta woensdagavond.

Het was niet eenvoudig om aan een ticket te komen. Een reuze ingewikkeld systeem was ontwikkeld waarin fans eerst een coupon konden kopen, om die op de dag voor de wedstrijd in te wisselen voor een kaartje. Dit zou zogenaamd de zwarte handel tegengaan.

Als nog zetten handelaars hun leven op het stel door zich rond het stadion op te stellen en stilletjes kaartjes aan te bieden. Op woensdag ontstond er een flinke geruchtenstroom dat de wedstrijd weleens zou eindigen in een reusachtige relpartij. De politie in Jakarta was met negenduizend man uitgerukt.

De wedstrijd was compleet uitverkocht in het stadion waar tachtigduizend mensen in passen. Een bekende Javaanse ‘dukun’ oftewel medicijn-man had voorspeld, dat er geweld zou komen. Ik had mijn mobieltje en portemonee thuis gelaten, want veel mensen hadden bij eerdere wedstrijden in het stadion hun spullen verloren aan sluwe zakkenrollers.

Ondanks deze onheilspellende berichten, stikte het op woensdagavond van de gezinnetjes, peuters, en Indonesische jongens die hun vriendinnetje meenamen naar de wedstrijd. Negentig procent van de toeschouwers was beneden de dertig jaar. Ik kon het aan spreekkoren horen: allemaal hoge stemmetjes die liederen schreeuwden. Het klonk als een soort gigantisch schoolreisje in het stadion. Bij een kans voor Maleisie begonnen duizenden meisjes hysterisch te gillen, alsof The Beatles het podium betraden.

Binnenkomen was niet eenvoudig. We vonden uiteindelijk een ingang waar een groep van honderd man stond te duwen. Stevige politieagenten met baret en lange houten stokken hielden de jongens buiten het stadion. Wij hadden een kaartje, en werden binnengelaten. De groep jongens bleek dus helemaal geen kaartje te hebben, en het trekken en duwen was puur om te proberen gratis het stadion in te komen. “Haha, het is me gelukt, zonder te betalen,” schreeuwde een jongen hysterisch toen hij ons op de trap in het stadion langssnelde.

Het bleek dat je met ons kaartje elke tribune van de ring mocht betreden. Je moest dus gewoon een tribune-ingang binnenlopen, die nog leeg was. En dat was een probleem. Alle ingangen puilden uit, de tribunes tot de nok gevuld. Honderden mensen begonnen spontaan op twee enorme schuine betonnen pilaren omhoog te klimmen, om via een achtermuur de tribune in te klimmen.

De situatie had alle ingrediënten om een goede stadionramp te worden. Toch bleef ik rustig. De Indonesische president Yudhoyono was immers ook aanwezig om de wedstrijd live te kijken. En in Indonesië gaat nooit iets mis.

Na tien minuten proppen kon ik een glimp van het veld zien. Op de tribune was ik in een zee van mensen beland, die me steeds verder van de in-en uitgang trok. Al snel begonnen allemaal jonge mensen met hun armen op me te hangen. Ik werd een soort grote kerstboom, waar iedereen tegen aanleunde.

Het bleken negentig lange en zeer knusse minuten waarbij Indonesië een penalty miste, uiteindelijk de wedstrijd met 2-1 won, maar de cup misliep. De Indonesische toeschouwers gedroegen zich goed. En ik ben met al het gezweet zeker een kilogram verloren.

 

december 27, 2010

Voetbal is oorlog

Filed under: Uncategorized — lepeltak @ 11:02 am

In het door Soekarno gebouwde Gelora Bung Karno Stadion moet Indonesie woensdag zich wreken op Maleisie tijdens de finale van de AFF-Cup voor landen in Zuidoost-Azie. Het stadion beveiligen is een flinke uitdaging voor de Indonesische politie.

Het werd Markus, de goalkeeper van het Indonesische elftal, allemaal te veel op Tweede Kerstdag. Maleisische fans bleven hem belagen met laserpennen. Uiteindelijk besloot de scheidsrechter de wedstrijd Maleisië-Indonesië tijdelijk te onderbreken.

Op zondag 26 december was de eerste wedstrijd in de AFF Cupfinale voor landen in Zuidoost-Azië. En voor het eerst in de geschiedenis had de jonge republiek kans om kampioen te worden. Eindelijk kon Indonesië zich bij de wereld presenteren als een waar voetballand.

Maar gistermiddag ging het helemaal mis. Het ongeluk blijft Indonesië achtervolgen. S’middags stonden duizenden Indonesische supporters in de snikhete zon op hun kaartje te wachten voor de tweede wedstrijd in de finale, die in Jakarta plaatsheeft. Een persoon, een kaartje, zo had de Indonesische voetbalbond bepaald. Sommige mensen stonden al sinds middernacht te wachten. Iedereen werd verzameld in het Gelora Bung Karno stadion in Jakarta. En toen brak de hel los.

Enkele uren later begon de wedstrijd tegen Maleisië, een land dat sinds Soekarno’s Konfrontatie-politiek door Jakarta met afgunst en minachting wordt bekeken. Niet het koloniale Nederland maar het ‘huichelachtige’ Maleisië is de grote vijand van de eilandenrepubliek, zo bleek opnieuw tijdens de wedstrijd. De tweede helft werd stilgelegd als gevolg van rode laserstralen van Maleisische fans.

Gewapend met laserpennen richten ze hun laserstralen op de ogen van Indonesische spelers. De Maleisische coach zat met de mond vol tanden, de Oostenrijkse Coach Riedl keek hoofdschuddend hoe zijn spelers geschrokken het veld afliepen.

Na zes lange minuten werd het spel hervat. Inmiddels hadden de Indonesische supporters thuis in Jakarta het grasveld van hun eigen stadion zo grondig beschadigd, dat onduidelijk is of de tweede wedstrijd in de finale werkelijk nog in Jakarta kan plaatsvinden komende woensdag. Kaartjesverkopers renden op het voetbalveld voor hun leven, terwijl woedende mensenmassa’s op hun insloegen.

In Kuala Lumpur maakten de Indonesische spelers een teneergeslagen indruk temidden van enorme vuurwerk-explosies en een vijandig publiek dat met laserpennen terreur zaaide. Maleisië maakte het vleugellamme Indonesië met drie-nul af.  Indonesië werd vernederd. Vol ongeloof keek de Indonesische minister van Sport Andi Mallarangeng naar zijn verpletterde team.

Via Twitter bespraken miljoenen Indonesiërs het laserpennen-verraad van hun buurland, waarmee het wereldwijd het meest besproken twitter-onderwerp werd. President Yudhoyono probeerde gisteravond zijn natie te kalmeren, en gaf tegelijkertijd de instructie om officiëel protest aan te tekenen.

Woensdag moet het Maleisische team in Jakarta spelen. De relpartij van afgelopen zondag in het Bung Karno stadion in Jakarta toont aan wat Indonesische supporters kunnen aanrichten als ze boos zijn.

Indonesië moet deze wedstrijd nu dus met minstens drie-nul winnen. Volgens voormalig Ajax-Junior en Indonesië-spits Irfan Bachdim kan dit lukken, ook zonder laserpennen. Maar zal het Maleisische team nog wel naar Jakarta durven?

december 23, 2010

De Kleren van de Kerstman

Filed under: Uncategorized — lepeltak @ 9:47 am

Luspida Simandjuntak werd op haar hoofd geslagen toen een groepje moslim-extremisten een kerkdienst in Bekasi belaagde. Haar collega-predikant raakte levensgevaarlijk verwond toen hij in zijn maag werd gestoken.

Alle liftbediendes zijn als kerstman verkleed, de plastic kerstbomen staan in alle hoeken van de shoppingmalls. Het kerstfeest is compleet in het grootste moslimland ter wereld. De sfeer is zelfs zo gezellig, dat de gezaghebbende moslimraad MUI wel iets moest zeggen over de rode kerstgloed die over de Indonesische metropool hangt. De oude wijze mannen van de Islamitische Raad van Schriftgeleerdheid vinden dat er een overdosis aan kerstfranje is in de shoppingmalls van Jakarta.

Islamitische werknemers in de malls zouden zelfs op meedogenloze wijze gedwongen worden zich als kerstmannen te verkleden. De MUI vreest nu dat de immer gevoelige Indonesische moslimgemeenschap aanstoot neemt aan het christelijke kerstfeest.

Dit commentaar vormt de piek op de boom van intolerantie, die razendsnel groeit en floreert in het grootste moslimland ter wereld. President Barack Obama’s beschrijving van Indonesië als het verdraagzame en tolerante land getuigt meer van Amerikaans gedweep dan werkelijke realiteitszin van de hedendaagse Indonesische samenleving. De gegoede middenklasse en elite van Jakarta viert het kerstfeest weliswaar gezellig mee, terwijl de middenstand nog even flink verdient aan de decemberaankopen.

Maar het valse beeld van de kerstversiering in de dure shoppingmalls is gemakkelijk door te prikken.

Op woensdag maakte het Setara-instituut voor geloofsvrijheid bekend dat ruim 49,5 procent van de deelnemers aan een grootscheepse enquete in Jakarta liever geen gebedsplaats van een ander geloof in de straat wil. Een snelle conclusie hieruit is dat zeker de helft van de moslims in de Indonesische hoofdstad liever geen kerk in de omgeving ziet. Je kan je afvragen hoeveel Amsterdammers een moskee in hun straat willen hebben. Maar de islam is geen geloof dat al meer dan drie eeuwen volgelingen heeft rond het IJselmeer. Het christendom in Indonesië bestaat wel zo lang, en een deel van de Jakartaanse christenen wonen al generaties lang in de Indonesische hoofdstad. Toch voelen ook steeds meer Indonesische christenen zich een buitenlander in hun eigen land.

Dit jaar is het aantal geweldsincidenten tegen kerken sterk gestegen. In mijn woonomgeving van de verwaarloosde suburb Bekasi belandden twee predikanten in het ziekenhuis. Bij een kerkdienst op een zondagochtend in september zwaaiden enkele moslimextremisten op de brommer met een machete rond.

De Indonesische media lijkt net zoals de regering de toenemende intolerantie grotendeels te negeren. Een nieuwsredacteur van een grote televisiezender in Jakarta vertelde dat hij bij gewelddadige botsingen tussen verschillende geloofsgroepen uitsluitend de criminele overtredingen in zin programma noemde. Over spanningen tussen moslims en christenen wordt geen woord gerept.

Je kan het de Indonesische media bijna niet kwalijk nemen. De vlam slaat snel in de pan in een uiterst religieus land waar zeventig procent van de bevolking de middelbare school niet afmaakt. Niemand wil zijn vingers branden aan het hete hangijzer van religieuze spanningen.

Zolang er maar in Jakarta goed verdiend wordt aan het kerstfeest zullen die moslims die het kerstfeest fel bekritiseren, gelukkig in de minderheid zijn.

december 14, 2010

Hup, Irfan, Hup!

Filed under: Uncategorized — lepeltak @ 9:51 am

Amsterdammer Irfan: De grote hoop van Indonesie.

Twee maanden na de pijnlijke reisannulering van president Yudhoyono, kan Nederland opeens weinig slecht meer doen in Indonesië.

De hoofdreden hiervan is de 22-jarige Irfan Bachdim.

Spits Irfan werd in 1988 in Amsterdam geboren en speelde van 1999 tot 2001 bij de Ajax-junioren. Later ging hij naar FC Utrecht waar zijn contract bij de senioren niet werd verlengd. Zijn vader is Javaans, zijn moeder is Nederlands.

Nu is hij de grote hoop van het ‘Timnas’ het Indonesische elftal tijdens de AFF-Cup, een regionale competitie tussen de landen in Zuidoost-Azië. Indonesië is gastheer dit jaar en misschien verklaart dat het succes. Deze week staat Tim Merah-Putih (de roodwitten) in de halve finale tegen de Filipijnen, na een sensationele overwinning tegen aartsrivaal Thailand vorige week met behulp van twee penalties (2-1).

Hierdoor is er weer licht ontstaan aan het einde van de tunnel. Jarenlang was het nationale voetbal in Indonesië een grote poel van ellende waar kettingrokende generaals en Soeharto-bondgenoten de dienst uitmaakten. Elke politieke zwaargewicht had zijn eigen voetbalclub, terwijl de corruptie de kwaliteit van het voetbal razendsnel omlaag trok. Rode kaarten waren te koop, menig wedstrijd eindigde in een ordinaire knokpartij, en het beroep van scheidsrechter was levensgevaarlijk.

Feitelijk is er weinig veranderd. Nog steeds moeten scheidsrechters op hun tenen lopen, Indonesische spelers tonen in de nationale competitie weinig zelfbeheersing.

Ook is het hooliganisme sterk aanwezig in het Indonesische voetbal. Regelmatig raken supporters slaags met de lokale bewoners van een dorp of stad waar de supporters doorheen reizen. Woedend gooien dorpelingen stenen naar razendsnel langsrijdende treinen met voetbalfans op het dak.

De belangen zijn groot in het Indonesische competitievoetbal. Tijdens de finale van de hoofdcompetitie dit jaar tussen de clubs uit Malang en Padang haalde de ‘Wasit’ (scheidsrechter) de woede op de hals van de lokale notabelen. Pardoes besloot de provinciale hoofdcommandant politie van Midden-Java Alex Bambang Triatmodjo in te grijpen. Tijdens de rust eiste hij dat de scheidsrechter Jimmy Napitupulu werd vervangen, uit ‘veiligheidsoverwegingen.’ Gelukkig hield voetbalbond PSSI voet bij stuk: Wasit Jimmy werd niet vervangen.

Voor de tientallen miljoenen voetbalfans is het voetbal op eigen bodem een grote bron van verdriet en frustratie. Totdat dit jaar het nieuwe Indonesische team aantrad. De voetbalbond heeft geleerd van andere landen, waaronder de Filipijnen.

Die gebruiken al jaren naturalisatie-programma’s om hun nationale elftal te versterken. En laten nou net veel Hollandse voetballers hun roots hebben op de archipel. De anti-koloniale gevoelens jegens Nederland verdwenen de afgelopen weken als sneeuw voor de zon.

In november zaten drie Hollandse spelers met Indonesische roots op de bank bij de populaire nieuwszender TV One. Ze waren door de Indonesische voetbalbond naar Jakarta gehaald om de Timnas te versterken. In Nederland had niemand van de jongens gehoord, in Indonesië waren het wereldsterren. “What do you like about Indonesia?,” vroeg de sexy presentatrice aan de verbouwereerde jongens: “Maybe the Indonesian girls?” De getinte Hollandse gezichten werden met de seconde roder. Irfan Bachdim is nu de nieuwe held in Indonesië. Er is weer licht aan het einde van de tunnel.

december 5, 2010

De corruptie is nu erger

Filed under: Uncategorized — lepeltak @ 1:42 pm

Het is geen nieuws dat Indonesië een land bomvol corruptie is.

Maar jarenlang werd gedacht dat de corruptie sinds het vertrek van Soeharto minder werd.

Helaas is het tegendeel het geval. De corruptie rijst in het hedendaagse Indonesië de pan uit. Indonesië is nu in een wildwest van graaien beland. De recente benoeming van twee nieuwe crimefighters op hoge regeringsposten brengt daar helaas weinig verandering in.

Vorige week beëdigde president Yudhoyono zijn nieuwe Attorney General, en nog belangrijker, het nieuwe hoofd van de anticorruptie-commissie KPK. Beiden zijn een teleurstelling. Even leek het nog dat president Yudhoyono werkelijk iets wilde doen tegen de corruptie. Hij noemde de integere maar brutale topadvocaat Bambang Widjajanto als mogelijke kandidaat voor Jaksa Agung, een Indonesische attorney general die op hierarchische wijze justie leidt. Maar president Yudhoyono had zijn naam nog niet genoemd, of justitie sloot de rijen.

Met behulp van een petitie protesteerden honderden openbare aanklagers openlijk tegen het plan van de president. Hiermee is elke hoop op enige hervorming binnen het rotte justitiële apparaat vervlogen.

Vorige week werd de 63-jarige Basrief Arief, voorheen het hoofd van de inlichtingenafdeling van de Kejaksaan Agung oftewel het Openbaar Ministerie in Jakarta, benoemd tot nieuwe Attorney General. Naast zijn justitiële loopbaan werkte hij jarenlang als ‘rechtsconsultant.’

Ook de keuze voor nieuwe KPK-chef wekte de teleurstelling van veel Indonesiërs. Sinds 2005 ontwikkelde de KPK zich als de meest gevreesde opsporingsdienst van Indonesië. Parlementsleden, burgemeesters en topambtenaren kwamen allemaal in het gevang door de goede recherche-operaties van de KPK. Sinds twee jaar is de KPK politiek de nek omgedraaid.

De nieuwe KPK-chef Busyro Muqoddas was lange tijd hoofd van de judiciële commissie, verantwoordelijk voor de hervorming van de Indonesische rechtspraak, waaronder met name het relatief gesloten Hooggerechtshof. De Javaan Muqoddas is minder cynisch ontvangen dan zijn collega bij justitie. De teleurstelling richt zich meer op het feit dat Muqoddas maar voor een jaar is benoemd. In het door files en bureacratie geteisterde Jakarta zijn twaalf maanden zo voorbij.

De eerste test voor de nieuwe KPK-chef is de Gayus-zaak.  Hierin zette de belastingambtenaar Gayus miljoen dollars op zijn eigen rekening, hielp mijnbouwbedrijven met belastingproblemen, en werd tijdens zijn gevangenschap in Jakarta aangetroffen bij een tennistoernooi op Bali met een slechtzittende pruik. Van Sabang tot Merauke kent men inmiddels de Gayus-zaak.

Momenteel leidt het verliezen van de strijd tegen corruptie tot een soort collectieve depressie in Indonesië. Iedereen is het spuugzat. Maar president Yudhoyono lijkt zich liever te willen omarmen door loyalisten, dan potentiëel gevaarlijke corruptie-dossiers te openen.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.